Leren | Stamboomonderzoek met oorlogsdagboeken

© Eilis Garvey (Unsplash)
© Eilis Garvey (Unsplash)

Oorlogsdagboeken en memoires zijn bijzonder waardevolle egodocumenten. Ze geven niet alleen een indringend beeld van het dagelijkse leven tijdens oorlogsomstandigheden, maar laten ook zien welke mensen daarin een rol speelden. Juist die persoonlijke invalshoek maakt deze bronnen bijzonder geschikt voor stamboomonderzoek (of genealogie). Tegelijk kan stamboomonderzoek helpen om zulke teksten beter te begrijpen en te contextualiseren.

Dagboeken vs. memoires

Hoewel dagboeken en memoires vaak in eenzelfde adem genoemd worden, is het onderscheid tussen beide cruciaal voor onderzoek. 

Een dagboek wordt geschreven op het moment zelf, vaak zonder de bedoeling om ooit gepubliceerd of geraadpleegd te worden door anderen. Daardoor blijven verwijzingen vaak vaag, met enkel voornamen zonder achternaam, roepnamen of omschrijvingen zoals ‘de buurvrouw’ of ‘de kapster’. Straatnamen of exacte adressen ontbreken doorgaans.

Memoires daarentegen worden achteraf geschreven, met meer afstand in tijd en vaak met een publiek in gedachten. Auteurs nemen hierbij vaker de moeite om volledige namen, straatnamen en concrete locaties te vermelden. Voor historisch en genealogisch onderzoek maakt dit memoires doorgaans toegankelijker.

Maar ondanks die extra duidelijkheid blijft bijkomend onderzoek vaak noodzakelijk om mensen correct te kunnen plaatsen binnen hun familiale en sociale netwerk.

Om die reden werd voor de start van dit onderzoek de memoires van Elisa De Borger (16.05.1921 Mechelen – 2021) als uitgangspunt genomen. Haar tekst biedt voldoende aanknopingspunten om personen en relaties genealogisch te traceren en verder uit te diepen.

Stamboomonderzoek als verrijkende component

Stamboomonderzoek biedt namelijk de mogelijkheid om lacunes op te vullen aan de hand van bevolkingsregisters, geboorte- en huwelijksakten, adressen en familierelaties. Deze kunnen de auteur situeren binnen een sociaal en familiaal netwerk, ook wanneer die verbanden niet expliciet in de tekst benoemd worden. Dat helpt niet alleen om te begrijpen wie wie was, maar ook wat hun betekenis was in het leven van de auteur.

• Wie wordt vaak genoemd?
• Wie blijft op de achtergrond?
• Hoe uiten nabijheid of afstand zich in de tekst?

→ Bovenal helpt het ons context te geven aan gebeurtenissen, keuzes en emoties.

Vooral dat laatste is cruciaal. Officiële documenten tonen juridische verwantschappen, maar zeggen niets over emotionele banden. Uit een bevolkingsregister dat aantoont dat meerdere generaties in hetzelfde huis woonden, kunnen we bijvoorbeeld niet afleiden hoe die mensen met elkaar omgingen. Egodocumenten tonen dat wel: ze laten zien wie belangrijk was, wie steun bood en wie afwezig bleef.

De emotionele dimensie van egodocumenten

Egodocumenten tellen daarnaast ook mee als een aanvulling op genealogisch onderzoek. Oorlogsdagboeken en memoires verrijken genealogisch onderzoek met een menselijke dimensie. Ze tonen welke personen emotioneel relevant waren en hoe gezinnen zich bewogen binnen uitzonderlijke omstandigheden zoals oorlog.

Zo beschrijft Elisa De Borger hoe zij met haar gezin tijdelijk naar Knokke vluchtte tijdens de Duitse opmars in België. Zulke bewegingen zijn zelden terug te vinden in officiële registers, maar zijn cruciaal om familiale trajecten tijdens de oorlog te begrijpen.

Schermafbeelding 2026 01 13 140003

Luchtbombardement van 01/05/1945 van de Koningin Astridlaan (WOII), 1945, foto, Antwerpen, ©FelixArchief, inv.nr. 862#30800.

Onthulling van lokale netwerken

De memoires van Elisa De Borger vormen een bijzonder voorbeeld van hoe lokaal zulke sociale netwerken konden zijn. Bijna alle belangrijke personen in haar leven woonden binnen een straal van nauwelijks een kilometer.

• Zijzelf woonde met haar ouders in de Berkenstraat, dichtbij het station, waar haar vader werkte
• Haar jeugdliefde Gaston (Gaston Alfons Maria Hoet), die in 1941 sneuvelde, woonde slechts één straat verder in de Dijkstraat
• Haar tantes, nonkel en grootmoeder leefden op wandelafstand
• Twee Engelse soldaten, Norman en Johnny, verbleven van 1945 tot 1946 bij haar en haar gezin in huis
• Haar latere echtgenoot Stan (James Stanley Hayward) woonde eveneens in bij een Mechels koppel

Voor wie zich bezighoudt met wijk-, straat- of lokale geschiedenis, zijn zulke egodocumenten een goudmijn.

Schermafbeelding 2026 01 13 140447

De combinatie van dagboeken en stamboomonderzoek

Wanneer oorlogsdagboeken en memoires systematisch gecombineerd worden met genealogisch onderzoek, ontstaat het potentieel voor een rijk personenarchief: een tool waarin op namen gezocht kan worden en verbanden tussen personen zichtbaar worden.

Dagboekaanmelders beschikken vaak al over cruciale informatie zoals volledige namen, adressen, foto’s en doodsprentjes. Dat vergemakkelijkt genealogische koppelingen aanzienlijk.

Schermafbeelding 2026 01 13 140640

Afbeelding uit Registers Burgerlijke Stand Mechelen - Huwelijken 1949.

Zo wordt duidelijk hoe egodocumenten de emotionele hiaten in stamboomonderzoek opvullen, terwijl stamboomonderzoek op haar beurt structuur en context biedt aan de namen, plaatsen en relaties die in persoonlijke teksten opduiken. Samen maken ze het verleden niet alleen beter begrijpelijk, maar ook menselijker.

Over de auteur

Mona Schockaert is masterstudente Erfgoedstudies aan de Universiteit Antwerpen. In het kader van haar opleiding onderzocht ze de meerwaarde van oorlogsdagboeken voor stamboomonderzoek. Daarnaast was zij gedurende een jaar als jobstudente verbonden aan Archiefpunt, waar zij meewerkte aan het project Oorlogsdagboeken en op zoek ging naar zowel gepubliceerde als ongepubliceerde dagboeken uit de Tweede Wereldoorlog.