Dagboek | Filosoof Leopold Flam

1945 Flam Julia Plato juli 1945 Orig cropped

Mei 2021. Een lieve vriendin signaleert me dat Kristien Hemmerechts op zoek is naar vrijwilligers voor het transcriberen van dagboeken, van een zekere Leopold Flam; of dat niets voor mij zou zijn? Ik stuur een mail naar Kristien. Een paar dagen later begin ik al met het uittikken van een eerste dagboek, eentje uit 1931. Vanaf de eerste bladzijden ben ik gefascineerd door die jonge, hunkerende Flam, die razend verliefd is op zijn Julia Isbutsky en worstelt met zijn ‘geslachtsdrift’. Ik wil méér van die Flam.

Ik krijg een tweede dagboek toegespeeld, deze keer een lijvig dagboek uit 1957. Daarin stuit ik op deze notitie:

"Dinsdag, 27 augustus 1957. Ik herinner me dat ik tevreden was toen de Duitsers me aanhielden op 15 maart 1944. Ik zei toen tot mezelf, toen ik naar de kelder van de Sicherheitsdienst gesleept werd, dat ik tenminste van mijn vrouw bevrijd was. Ik verbeeld het me niet want ik heb het toen gedacht, en deze gedachte schonk me trouwens de moed tot grote berusting. Weer vrij en onder normale mensen beleefde ik op een adembeklemmende wijze dat ik in een nog ergere gevangenschap geraakt was, en dat was het samenleven met mijn vrouw."

Hoogst verrassend is dat, shockerend zelfs. Maar ook intrigerend natuurlijk: wie is die man, die met zoveel stelligheid beweert dat zijn huwelijksleven erger is dan de kampen die hij heeft overleefd? Een antwoord vinden op die ‘adembeklemmende’ vraag is wat me de daaropvolgende vierenhalf jaar zou bezighouden.

1940 Flam Julia Plato febr 1940

Leopold Flam, echtgenote Julia Isbutsky en zoontje Plato in februari 1940 © Erven Leopold Flam  

Ik zal alles verdragen, ook mezelf

Terug naar 2021. Het fameuze fragment mail ik onmiddellijk door naar Kristien – ‘Moet je dit lezen!’. Die mail wordt het startschot voor een intense samenwerking, die in 2023 resulteert in de publicatie van Ik zal alles verdragen, ook mezelf (2023, De Geus) [1]. Vlaanderen weet sindsdien dat Leopold Flam, behalve professor filosofie aan de VUB, ook een obsessief dagboekschrijver was.


In augustus 2023, zes maanden na de publicatie van Ik zal alles verdragen, ook mezelf, wordt bij de schoondochter van Flam een nieuwe lading dagboeken ontdekt, waaronder een dagboek uit de oorlogsperiode. Kort daarna stuiten wijzelf, bijna even toevallig, in de Archives et Musée de la Littérature op nóg een aantal dagboeken, waaronder opnieuw twee oorlogsdagboeken. Lang verhaal kort: we hadden al snel zoveel nieuw en waardevol materiaal samengebracht, dat er een vervolg ‘moest’ komen op het eerste Flam-boek. Dat werd En altijd is het de vrouw. Het bewogen leven van Leopold Flam, gepubliceerd in 2025 bij De Geus [2]. Samen met Ik zal alles verdragen, ook mezelf vormt het een afgerond geheel, een mooi tweeluik.

1944 De Vrije Gedachte maart 1944 Titelpagina

De Vrije Gedachte: het verzetsblad waarmee Flam betrapt werd bij zijn arrestatie op 15 maart 1944 © CegeSoma

Verzetswerk

Heeft Flam mij losgelaten na de publicatie van die twee boeken? Niet bepaald. Wat me bleef intrigeren en fascineren was Flams oorlogsperiode, vooral na de vondst van de drie verloren gewaande dagboeken. Alle bewaarde oorlogsdagboeken en -brieven heb ik uitgetikt, alles samen 235.456 woorden (of 566 A4’tjes) – meer dan eens heb ik me afgevraagd wat me in godsnaam bezielde, want geloof me, niet alles is even interessant of relevant. Maar: snoei de overtollige uitweidingen weg, gooi de storende herhalingen eruit, en je krijgt een heel gedetailleerd beeld van Flams denken en doen in de oorlogsperiode. En dat beeld is niet altijd wat je verwacht.

Wat zijn verzetswerk concreet inhoudt, lees je in een aantal notities, o.a. in deze van 18 november 1942:

'Heden morgen heb ik enige Joden bezocht die zich verbergen. Ik heb hen hun schuiloorden bezorgd. […] Ik zamel geld en eten in voor behoeftigen, ik zoek schuiloorden, ik tracht kinderen bij weldadige mensen te plaatsen.'

Hij beschouwt het als zijn ‘plicht’ hulp te bieden, maar doet het met weinig animo. Flam: 'ik ben kwaad op haast heel de wereld, vooral op de mensen met wie ik laatstens in nauw contact sta': ‘altijd ontgoochelingen’, ‘onoprechtheid en zielloosheid’, ‘geestelijke melaatsheid’, en (keihard) ‘ik heb met hen zelfs geen medelijden’. Leden van de Linke Poale Zion (de verzetsbeweging waarin hij actief is) noemt hij dan weer ‘vulgus’, ‘gepeupel’, ‘half-intellectuelen’…

Na de oorlog zal hij zijn verzetswerk aandikken. Zo noteert hij in Naar de dageraad [3], zijn postuum gepubliceerde oorlogsmemoires: 'Neen, ik ben niet bang. Verleden jaar […] heb ik Duitse wagens beklad en vernietigd.' En even verder: ‘Ik zie mezelf handelen. […] Het gaat over een klein blaadje dat ik uitgeef […]. Het gaat ook over wapens […]’. Dat ‘klein blaadje’ is De Vrije Gedachte, een verzetsblad dat hij inderdaad zowat in zijn eentje volschreef. Maar over het vernietigen van Duitse auto’s of ‘iets’ met wapens is in zijn oorlogsdagboeken geen spoor terug te vinden.

1944 Flam Buchenwald Häftling Karte 08 05 1944

Flam geregistreerd in Buchenwald op 8 mei 1944, nummer 48.753 © Erven Leopold Flam

Arrestatie en opsluiting

Doet dat iets af aan zijn verdiensten? Feit is dat hij zich actief heeft ingezet om mensen te helpen onderduiken en dat hij daar een zware prijs voor heeft betaald: nadat hij al vijf maanden had vastgezeten in Kazerne Dossin, werd hij op 15 maart 1944 een tweede keer gearresteerd. Hij werd gedeporteerd naar Buchenwald, kort erna aan het werk gezet als dwangarbeider in Hadmersleben, en pas een jaar later, in mei 1945, zou hij worden bevrijd.

De ruimte ontbreekt hier om in te gaan op alle elementen die in Flams oorlogsdagboeken aan bod komen – het zijn er véél. Verrassend is in ieder geval dat het aantal bladzijden dat hij wijdt aan zijn eigenlijke verzetswerk heel beperkt is: niet meer dan 5%, schat ik. Veel meer en veel uitvoeriger heeft hij het over de (massa) boeken die hij leest en uitgebreid recenseert, over de Duitse propagandafilms die hij gaat zien, de concerten die hij bijwoont. Over zijn problematisch huwelijk ook. En, als een basso continuo, over zijn wanhoop, zijn fundamentele eenzaamheid, en - ondanks alles - over zijn wil om door te blijven gaan…

Tussendoor en onverwacht zijn er dan weer notities die bijna journalistieke verslagen zijn, die een scherp en schrijnend beeld geven van historisch belangrijke gebeurtenissen. Zo is er bv. zijn relaas van de pogrom in Antwerpen op paasmaandag 1941; van het vertrek van het eerste konvooi opgeëisten naar Noord-Frankrijk (waaronder zijn broer Maurice); van de razzia in Antwerpen in de nacht van 15/16 augustus 1942…

En zo is er dus ook deze pakkende notitie van 12 juni 1942:

'Een droeve, zenuwachtige dag achter de rug. ’s Morgens de Davidster aangedaan. De mensen keken naar mij als naar een wild beest, dat de een of andere dierentuin ontlopen is. Of ik zag medelijden op hun gelaat, wat mij evenzeer krenkte. Een heer nam zijn hoed voor mij af. Mijn gevoelens? Ik was innerlijk fier. Ik nam mijn Jood-zijn, nu, dat het zoo gesmaad en bespuwd werd, moedig op mij.'
1944 Dagboek BUCHENWALD 01 10 1944 2

Fragment uit het bewaarde dagboekkatern dat hij bijhield in Buchenwald-Hadmersleben. Zondag 1 oktober 1944: 'Als een brandende kool werkt de herinnering op mij. Ik kan niet vergeten.' © Stad Antwerpen, Letterenhuis

Verzwegenheden

Om af te ronden nog iets over ‘verzwegenheden’ - heerlijk flamiaans neologisme. ‘Ik heb geleerd te zwijgen en te verzwijgen, zwijgend te spreken, sprekend te zwijgen,’ noteert Flam op 23 februari 1943. Inderdaad. Meestal neemt Flam geen blad voor de mond, is hij openhartig, expliciet, kritisch voor anderen én zichzelf. Maar over bepaalde zaken is hij veel discreter of houdt hij de lippen stijf op elkaar.

Een concreet voorbeeld: Flam wordt na vijf maanden opsluiting in Kazerne Dossin vrijgelaten. ‘Dankzij de hulp van M.P.,’ schrijft hij zuinig in Naar de dageraad. Dat M.P. staat voor M(onsieur) Léon Platteau weten we, maar waarom springt die hoge ambtenaar uitgerekend voor hem in de bres? Een waterdichte verklaring hiervoor hebben we, ondanks diepgravend onderzoek, niet gevonden (maar we hebben wel een stevige hypothese).

Er zijn de deportaties van de familieleden van zijn vrouw Julia, in 1942: haar ouders, een broer, een schoonzus, een nichtje,… allemaal worden ze vermoord in Auschwitz. Wat schrijft Flam erover? Welgeteld één zin, op 1 oktober 1944, twee jaar na datum dus, als hijzelf gevangenzit in Hadmersleben:

‘Zij [Julia] staat geheel alleen met een vijfjarig kind; haar ouders gedeporteerd, haar ene broer in een concentratiekamp in Duitsland, haar andere ook ergens in Duitsland, haar echtgenoot eveneens in een concentratiekamp.’

Het pijnlijkste voorbeeld van Flams zwijgen en verzwijgen is wel het lot van Simon Borisewitz. Borisewitz was actief in dezelfde verzetscel als Flam. Bij Flams arrestatie vond de Sipo-SD een spoor dat rechtstreeks leidde naar Borisewitz. De gevolgen waren dramatisch. Door ‘een onvergeeflijke onvoorzichtigheid’ werden, in de slipstream van Borisewitz’ arrestatie, meer dan honderd onderduikers opgepakt, overgebracht naar Kazerne Dossin, gedeporteerd naar Auschwitz. De naam Borisewitz komt in Flams dagboeken niet één keer voor, over de hele kwestie zwijgt hij als vermoord.

1945 FLAM Brussel 22 05 1945

Pasfoto gemaakt op 22 mei 1945, twee dagen na Flams repatriëring naar België © Erven Leopold Flam

Kazerne Dossin

Op 13 februari 2026 heb ik de transcripties van Flams oorlogsdagboeken en -brieven overgedragen aan Kazerne Dossin – voor mij de laatste etappe van een lange, intense, fascinerende reis. Om toekomstig onderzoek te vergemakkelijken, zijn de transcripties geannoteerd. Zo werden in de voetnoten o.a. opgenomen: de volledige namen die bij initialen horen; toelichtingen bij namen en schuilnamen; volledige bibliografische gegevens bij vermelde boeken; duiding bij en vertaling van citaten,... Et cetera.

Flam en het project Oorlogsdagboeken

Twee dagboeken van Flam worden gedigitaliseerd binnen het project Oorlogsdagboeken. Uit de collectie van het Letterenhuis komen fragmenten van een clandestien dagboek gehouden in K.Z. Buchenwald, 22 juni – 8 oktober 1944. Uit de collectie van CAVA komt een schriftje uit de periode van juli tot september 1939 met een los, ongedateerd schriftblaadje getiteld ‘in de kaserne’ (vermoedelijk uit 1943).

Noten

[1] Leopold Flam, Ik zal alles verdragen, ook mezelf. Een selectie uit zijn dagboeken en brieven, samengesteld door Kristien Hemmerechts en Guido Van Wambeke, Amsterdam, De Geus, 2023.

[2] Kristien Hemmerechts, En altijd is het de vrouw. Het bewogen leven van Leopold Flam, Amsterdam, De Geus, 2025.

[3] Leopold Flam, Naar de dageraad, VUBPress, 1996. Geschreven in 1946, kort na de oorlog dus, pas na zijn overlijden gepubliceerd. Over de onwaarschijnlijke ontstaansgeschiedenis van die publicatie, zie: Guido Van Wambeke, ‘Het oorlogsdagboek van Leopold Flam. Feiten, fictie en een hypothese’, in Zacht Lawijd, 2023, nr. 2, pp. 46-54.