Leren | De Schemeroorlog van 1939-40

12 Li Luik
Reservisten te Luik, op weg naar hun eenheid ©www.18daagseveldtocht.be

Wanneer we vandaag terugkijken op het begin van de Tweede Wereldoorlog in België, denken we vaak meteen aan mei 1940 en de Achttiendaagse veldtocht. Minder bekend is dat daaraan een lange periode van mobilisatie en wachten voorafging. Wanneer in september 1939 Duitsland Polen binnenvalt en Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlog verklaren aan Duitsland, wordt daarmee officieel het startschot van de Tweede Wereldoorlog gegeven. Nu haar buurlanden in oorlog zijn, gaat België over tot het mobiliseren van honderdduizenden mannen. Wat volgt is een maandenlange mobilisatieperiode die het dagelijkse leven van de doorsnee Belg erg verstoort.

Die zogeheten Schemeroorlog – de periode tussen september 1939 en de Duitse inval op 10 mei 1940 – vormt het vertrekpunt van Project SHERPA, het doctoraatsonderzoek van Robin Groeseneken in samenwerking met de Koninklijke Militaire School en de Universiteit Gent. Door dagboeken en persoonlijke brieven van gemobiliseerde soldaten te analyseren, probeert het project te achterhalen hoe gewone Belgische mannen deze uitzonderlijke periode beleefden.

In dit interview gaat Robin Groeseneken dieper in op het waarom van het onderzoek, de kracht van persoonlijke bronnen en de inzichten die ze opleveren over een vaak vergeten hoofdstuk uit onze geschiedenis.

Waarom focust Project SHERPA net op de negen maanden van de Schemeroorlog?

Groeseneken: "Het antwoord ligt grotendeels verscholen in de vraag zelf: het is een onderbelichte periode binnen de Belgische historiografie; er wordt zelfs amper aandacht aan besteed. En als dat toch gebeurt, handelt het enkel over invasieplannen en de grote beleidsactoren; Jan soldaat blijft afwezig. 

Hoe beleefde de doorsnee Belgische soldaat deze periode? Waar werden ze gehuisvest? Wat kregen ze te eten? Hoe werd er omgegaan met de angst voor invasie, de vele alarmen en langdurige familiescheidingen? Welk effect had dit alles op het moreel? 

Op basis van deze bevindingen kan een lijn worden getrokken naar de Achttiendaagse veldtocht: Was een dalend moreel tijdens de mobilisatieperiode medeoorzaak van een relatief snelle ineenstorting van het Belgische leger?"

Negen maanden wachten op een oorlog die iedereen voelde aankomen... Hoe beleefden de soldaten die onzekerheid en spanning?

Groeseneken: "Eerst en vooral is het belangrijk aan te stippen dat, hoewel oorlog om de hoek loerde, Belgische burgers en beleidsmakers niet voor de volle honderd procent zeker waren dat een rechtstreekse confrontatie met Nazi-Duitsland zou uitbreken. Historici zijn dan ook erg voorzichtig met concepten zoals ‘hindsight’, het oordelen over een gebeurtenis met kennis van de uitkomst achteraf.

De dreiging tijdens deze negen maanden was natuurlijk ook niet constant: zo had je de alarmen van november, januari en april waarin een op-handen-zijnde-invasie erg waarschijnlijk leek, maar waren er eveneens periodes van relatieve detente. Waar bij de algemene alarmen de reacties uiteenliepen van strijdvaardigheid, over angst tot defaitisme, waren er ook heel wat periodes waar verveling en de zinloosheid van een mobilisatie centraal stonden."

Project SHERPA maakt gebruik van dagboeken en brieven van gewone Belgische soldaten. Waarom net deze bronnen?

Groeseneken: "Het is de eerste keer dat er echt op een bottom-up wijze onderzoek wordt gedaan naar de Schemeroorlog aan Belgische kant. Door administratieve documenten door te nemen van beleidsactoren, leer je wel de theoretische visie over hoe een mobilisatie dient te verlopen en welke reglementen er allemaal gelden, maar hoe het effectief wordt doorgevoerd in de praktijk is een ander verhaal. 

Hoe werden wijzigingen binnen de verlofregelingen onthaald door de manschappen? Hoe verliep het contact tussen burgers en de bij hen ingekwartierde militairen? Hier starten dagboeken en persoonlijke brieven waar administratieve documenten stoppen."

Is er een fragment uit de dagboeken of brieven dat jou als onderzoeker bijzonder is bijgebleven?

Groeseneken: "Wat mij erg bijbleef waren fragmenten uit de eerste pagina’s van het dagboek van Michel Vanbosseghem, één van de 600.000 manschappen die werden gemobiliseerd. Hij diende als sergeant bij het 7e Linieregiment. Hij hield gedurende de mobilisatieperiode een uitgebreid dagboek bij en schreef in de nazomer van 1939 het volgende:

"t Was op ’n Vrijdag, 25 Augustus 1939, toen ik in den namiddag, en ’t was zeer warm, langzaam naar Tielt bolde. “Morgen ging m’n oudste broer in den echt treden en ik moest trouwknecht zijn.” Daarover zat ik zowat te dromen toen ’n onverwacht “goeden dag! Moet gij zoo rap!” mij uit m’n droomen wakker schudde. Het was ’n halve kennisse, hij wist groot nieuws. Ik hield stil en was na ’n paar minuten op de hoogte van hetgeen er gaande was. “Ja, weeral Mobilisatie …….”. Gansch ontnuchterd van dit noodlottig, vreesaanjagend nieuws wipte ik terug op m’n fiets en haastte me naar de stad. Daar zou ik wel meer vernemen. Inderdaad, links van het Oorlogsgedenkteeken ’14-’18 plaatste men ’n groot blauw plakkaat aan den muur, en ’n groote menigte nieuwsgierigen verdrong zich zenuwachtig rond het “Bericht aan de bevolking den stad Tielt”. Niemand die ’n woord sprak. […] Op de wegen ontwikkelde zich ’n drukker en drukker beweging en ’t allenkante stonden groepjes menschen bij elkaar. In zulke omstandigheden leunen de menschen ’n beetje dichter tegen mekaar aan uit bangheid voor het onverwachte, ongelukken en tegenspoed brengt de menschen meer samen. […] Wat moest er nu alles niet gereedgemaakt worden voor m’n verwachte vertrek. Allen waren weemoedig druk in de weer. Ondergoed, hesp en chocolade werden zorgvuldig ingepakt… ‘k Was nogal rap reisvaardig. Gaan moest ik …. Vader gaf me ’n kruiske met ’n traan in d’oogen. Moeder weende bij ’t kruiske dat ze mij voor deze droeve afreis meegaf, zeer bitter. Allen nog ‘ns stevig de hand gedrukt en kalm, toch met ’n krop in de keel, ging ik heen. Geburen kwamen voor hun poort staan of over hun haag kijken en zagen me angstig met ongerust gemoed achterna."

Dit fragment toont aan hoe disruptief de mobilisatieperiode werd ervaren door de doorsnee Belg. Het beeldt het moment uit wanneer geopolitieke ontwikkelingen die zich tot dan toe grotendeels boven de hoofden van de mensen afspeelden, opeens binnendringen in het persoonlijke leven en het volledig overhoop haalt.

Ongeloof, angst, verdriet maar ook samenhorigheid en menselijke warmte volgden; allemaal zijn het universele en tijdloze reacties op onverwachte gebeurtenissen en diepe crisissen. In die zin voelt de temporele afstand tussen 1939 en 2026 niet zo geheel groot."

Welke misvatting over de Belgische soldaten tijdens de Schemeroorlog zou je graag rechtgezet zien?

Groeseneken: "Vaak wordt het idee van de ‘Vlaamse boerensoldaat versus de Franstalige bourgeoisie officier’, hoewel minder dan tijdens de Eerste Wereldoorlog, nog steeds gekoppeld aan het Belgische leger van 1939-1940. Nochtans valt dit in de dagboeken nauwelijks terug te vinden en lijkt dit eerder op een mythe te berusten."

Veel mensen ontdekken dat ook in hun eigen familie iemand gemobiliseerd werd. Hoe kunnen zij op de hoogte blijven van je onderzoeksresultaten?

Groeseneken: "Het project SHERPA heeft een duurtijd van vier jaar: medio 2028 zou er een publiekshistorisch boek moeten verschijnen helemaal gewijd aan het dagelijks leven van Belgische soldaten tijdens de Schemeroorlog. En wat het nog interessanter maakt voor hobby-historici: een doe-het-zelf -archiefhandleiding om zelf je zoektocht naar een gemobiliseerd familielid te beginnen."

Je werkt met dagboeken en brieven van gewone soldaten. Hoe vind je dat materiaal? 

Groeseneken: "Enerzijds zijn er heel wat dagboeken en persoonlijke brieven die zich in het Rijksarchief bevinden waar ik gebruik van maak. Daarnaast vinden dagboeken en brieven bewaard door particulieren hun weg naar mij door ze aan te melden op oorlogsdagboeken.be. Dus als je zelf nog een dagboek of brieven hebt liggen zou ik zeggen: meld ze aan via de site en dan komen ze vanzelf bij mij terecht.”