Dagboek van de 24-jarige sergeant 'Elie' Emiel Segers
Een eerste indruk kan veel vertellen. Zo is het ook met de dagboeken uit dit project, want al aan de buitenkant zien ze er heel verschillend uit: piepkleine zakagenda’s, lijvige banden, losse vellen, een potlood in de rug en hier en daar een verdwaalde gedroogde bloem. Voor je goed en wel begint te lezen, haalt het verhaal je in.
10 gevouwen vellen
Zeker niet alle dagboeken werden beschermd door een kaft. Soms nam men notities op inderhaast meegenomen vellen papier. Dat is het geval bij het dagboek van Marguerite Van Renterghem uit Ledeberg in Gent. Haar dagboek bestaat uit een 10-tal dubbel gevouwen bladen, in potlood beschreven.
Zevluchtte in mei 1940 richting Lourdes, samen met haar zoon, twee zussen en een schoonbroer. Haar man was officier in het Belgisch leger en zou 5 jaar als krijgsgevangene vastzitten in Duitsland. Vrouwelijke auteurs hielden pen of potlood vast in slechts 15% van de oorlogsdagboeken, dus ook dat maakt dit dagboek uitzonderlijk. Onderstaande portretfoto uit 1940 toont Marguerite Van Renterghem met haarzoon Wilfried Provoost.
Dagboek Marguerite Van Renterghem
De dwerg naast de gigant
Dat het verschil in formaat erg groot kan zijn, wordt mooi geïllustreerd door de bruiklenen van Stadsarchief Brugge. De kleine zakagenda's van Marcel Lorette lijken dwergen,wanneer ze naast een gigant uit het genre staan; de bijzonder omvangrijke, ingebonden dagboeken van Joseph Coppieters.
De 'Souvenirs personnels 1939-1945' in twee delen van Joseph Coppieters en de zakagenda's van Marcel Lorette uit 1940 en 1941
Advocaat en ambtenaar Joseph Coppieters was niet aan zijn proefstuk toe toen hij in 1939 notities begon te nemen voor wat uiteindelijk zijn tweedelige Souvenirs personnels 1939-1945 zouden worden. Hij had al een uitgebreid dagboek geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Als kabinetschef van de gouverneur van West-Vlaanderen was Coppieters bijzonder goed op de hoogte over het bestuurlijke reilen en zeilen in bezet België. Hij bleef doorschrijven, ook toen hij in 1941 op verplicht op pensioen moest door het Duitse Ambtsverbot. Zijn rijke dagboeken worden nu voor het eerst gedigitaliseerd.
Dagboek van Marcel Lorette
Het was veel minder evident dat de dagboekjes van Marcel Lorette het daglicht nog zouden zien na afloop van de oorlog. Ze werden pas ontdekt in 2010 toen een Brugse woning een nieuw dak kreeg. In september 1940 begon Lorette in een kleine zakagenda notities bij te houden, gekleurd door zijn patriottische gevoelens. Zijn tweede dagboek, uit 1941, stond vol Belgisch-patriottische leuzen, pro-geallieerde citaten, maar ook 'time is money' en 'keep smiling, things are coming right'. Hij verzamelde tegelijkertijd clandestiene verzetskranten en stencils.
Toen hij in 1941 de schrik te pakken kreeg, stopte Lorette met schrijven, legde al zijn papieren, samen met de twee dagboekjes, verzetskranten en stencils in een kleine kartonnen doos en verborg zijn 'verboden gedachtengoed' onder de dakpannen van de ouderlijke woning.
Opgedragen aan geliefden
Wie de dagboeken openslaat, kan er niet omheen: het feit dat de oorlog geliefden, families en vrienden van elkaar scheidde, droeg bij aan de golf van egodocumenten die met de invasie van 1940 op gang kwam.
De eerste pagina van een dagboek werd soms opgedragen aan een geliefde, in een poging om met hen - door de daad van het schrijven - toch in verbinding te blijven. Een voorbeeld hiervan vinden we in het dagboek van 'Elie' Emiel Segers uit Kessel-Lo, sergeant in het Belgisch leger en 24 jaar oud. Op 10 mei 1940, de dag van de invasie, begint hij zijn dagboek als volgt:
Daar we gescheiden zijn voor een onbekende tijd, en zwaar belast door de gruwelen van een nieuwe, vreeselijke oorlog, voel ik me verplicht, uit liefde voor u mijn schat, vermits ik toch niet kan schrijven en verzenden per post, u een dagboekje op te stellen, opdat u ook zoudt weten wat ik deed, beleefde en dacht tijdens deze sombere dagen.
Dagboek van Emiel Segers
Het is helaas een kort dagboek, want ruim drie weken later, op 27 mei, noteerde Emiel Segers voor de laatste keer wat hij meemaakte:
Vertrek uit Emelgem [nabij het West-Vlaamse Izegem], om er rond gaan te liggen, en het dorp te verdedigen. Nog nooit heb ik zoo in 't vuur gezeten. De bommen en schrapnels vliegen rond ons, met wel 10 ineens springen ze. [...] Wij zijn in eerste lijn, zonder bescherming, plat op den grond in een vlaanders vlasveld.
Enkele uren later sneuvelde Segers in datzelfde veld. Zijn dagboeknotities werden verfilmd voor het VRT-programma 'Goede Vrijdag' (hier te bekijken).
Andere Belgische militairen behoorden tot de ongeveer 225.000 Belgische mannen die als krijgsgevangene werden weggevoerd naar werkkampen in Duitsland. Historicus Karel Strobbe beschreef in zijn boek Ontwapend (2025) hoe onzeker hun nabije toekomst was:
610.000 mannen die zich afvroegen wat er op hen afkwam. Naar welke plekken zou deze oorlog hen voeren? Zouden ze het er heelhuids van afbrengen? Werd het opnieuw een lange loopgravenoorlog zoals in 1914-1918? Zou België de oorlog winnen of verliezen? Hoelang zou de oorlog hen weghouden van hun dierbaren? [...] Hun plannen voor het leven, hun werk en hun gezin moesten ze opbergen, ze wisten niet voor hoelang. De schokgolf van de Duitse overwinning creëerde bij veel mensen de behoefte om grip te krijgen op het onbegrijpelijke.
Eenmaal in de krijgsgevangenenkampen probeerden de mannen in contact te komen en te blijven met het thuisfront. Het dagboek kon een intieme ruimte zijn om verbroken relaties levend te beleven. Zo is er het dagboek van de 32-jarige Adriaan De Ruysscher, een schrijnwerkeruit Wuustwezel, die werd opgesloten in Stalag I-A (Stablack) in Oost-Pruisen, één van de grootste krijgsgevangenenkampen. Hij maakte van het voorblad een gepassioneerde liefdesverklaring aan Josephina 'Franske Lizeteke'.
Dagboek van Adriaan De Ruysscher
Noteren op mini-formaat
Heel wat van de dagboeken die we in bruikleen kregen voor digitalisering zijn zakagenda's. Daarin werden vaak korte, feitelijke notities genomen over waar men zich bevond, wie men gezien had en - vooral - wat men te eten had gevonden of gekregen. Deze zakagenda's waren echte gebruiksvoorwerpen: er werden adressen in bijgehouden, uitgaven, naald en draad, postzegels en ook al eens een gedroogde bloem.
Ze zijn dan ook in sommige gevallen tot op de draad versleten en het haastig gekrabbelde potlood is vaak nog moeilijk leesbaar. Merkwaardige ontdekking voor de 21-ste eeuwer: sommige zakagenda's kwamen in luxe-uitgaves met potloodjes die konden worden opgeborgen in de rug.
In het dagboek van Jozef Van De Perre van Stadsarchief Aalst werden naald en draad bewaard zodat altijd snel hersteld kon worden.Dagboek van Jozef Van De Perre (Stadsarchief Aalst)De zakagenda van kapper Carlos Van Eeckhoven heeft een potloodje in de rug.
Dit was een kleine greep uit de 140 dagboeken uit de Tweede Wereldoorlog die gedigitaliseerd werden. Vanaf oktober zullen vrijwilligers in het online transcriptie-atelier zelf de vele verhalen die deze dagboeken rijk zijn uit eerste hand kunnen ontdekken.